vrijdag 5 maart 2010

Vijverplannen

Omdat de laatste winterstuiptrekking buiten werken zeer onaangenaam maakt heb ik vandaag maar mijn plannetje voor de vijver uitgetekend. Ik heb de laatste dagen alle boeken over vijvers van de boekerij uitgepluisd en zeer veel opgezocht op het internet.

Volgende knopen moesten doorgehakt worden:
* Hoe groot maak ik de vijver?
Alle bronnen die ik raadpleegde zeggen zo groot mogelijk, eenmaal aangeplant lijkt de vijver immers al kleiner omwille van de planten in de ondiepe zones. Maar voor vijvers groter dan 30 m² heb je een vergunning nodig. En de folder van Provincie Antwerpen spreekt over een minimaal oppervlak van 10 m² en ideaal 25 m² om diverse soorten amfibieën te kunnen aantrekken. Dus heb ik besloten een rechthoek van 6 op 5 meter af te bakenen en binnen die omtrek komt een ovaalachtige poel te liggen (strakke geometrische figuren zijn blijkbaar niet zo'n succes voor natuurlijke vijvers).

De optimale poel volgens het foldertje verspreid door de Provincie Antwerpen:


* Plateau's of geleidelijk aflopende oevers.
Geleidelijke oevers zijn het beste volgens de folder van de Provincie Antwerpen omdat dieren makkelijk in en uit de poel kunnen en planten zelf hun ideale diepte kunnen zoeken. Het nadeel is dat je al een behoorlijke breedte nodig hebt om een niet al te steile hellingsgraad te bekomen. Het voordeel van plateaus is dat je makkelijk manden kunt zetten en de poel beter onderhoudbaar is: planten blijven binnen hun zones, bezinksel zakt niet allemaal weg naar het diepste punt en je kan makkelijk over de plateaus stappen. Ik ga een tussenoplossing toepassen: plateaus maar aan de kanten komt een geleidelijk oplopend strandje zodat de amfibieën eruit kunnen en de vogels een badje kunnen komen nemen.

* Hoe deel je de dieptes in?
De folder van Provincie Antwerpen zegt dat het belangrijk is om de zuidwestelijke rand (daar schijnt de zon 's morgens) ondiep te houden zodat het water daar snel opwarmt, wat belangrijk is voor koudbloedigen. In het Grote Tuinvijverboek (Philip Swindells) staat dat water van 45cm diepte eigenlijk ideaal is voor het miniscule waterleven in de poel omdat op zo'n diepte er geen verschillende waterlagen gevormd worden. Het grootste deel van de vijver zal dus uit zo'n zone bestaan en grootste deel daarvan zal aan de noordkant liggen.
In het midden van de vijver wordt dan nog een zone van 90 cm en een zone van 60 cm toegevoegd vooral omdat overwinterende amfibieën die diepte nodig hebben en sommige van de belangrijkste zuurstofplanten het beste floreren op die diepte.

* Wat leg je op de bodem van de vijver.
Verschillende bronnen zeggen hier verschillende dingen. De Provincie Antwerpen raadt 10 cm vijvergrond aan (arm mengsel van klei en zand), Ada Hofman zegt niets toe te voegen omdat rottende planten en inwaaiend stof vanzelf een sliblaag zullen gaan vormen. Het Grote Tuinvijverboek spreekt dan weer van grind. De lokale vijverboer raadt mij het peperdure vijversubstraat aan omdat hier extra veel filterende bacteriën in zitten. Puur uit gierigheid ga ik mevr Hofman volgen denk ik. Op het internet is men niet zo enthousiast over vijvergrond, het is blijkbaar de beste manier om de eerste maanden met erwtensoep te zitten.
Bovendien lees ik in Het Grote Vijverboek dat rubberfolie (in tegenstelling tot PVC) een textuur heeft waar wieren en andere miniscule plantjes zich aan kunnen hechten zodat de sliblaag extra snel gevormd wordt en de folie snel uit het zicht verdwijnt. Dus ik denk dat het gewoon rubberfolie gaat worden.

* Welke zuurstofplanten te gebruiken.
Ada Hofman zweert bij Glanzend Fonteinkruid. Dit is een plant met een enorm zuurstofproducerend vermogen, geeft goede schuilplaatsen voor eieren en larven van amfibieën dus het lijkt een prima keuze.

Maar na enig verder onderzoek blijkt dat Glanzend Fontuinkruid volle zon niet zo goed verdraagt en vooral dat de plant stopt met fotosynthese als het water warmer wordt dan 24° C. En dan is de erwtensoep niet veraf. Het is dus een goede keuze voor diepe vijvers die altijd koel blijven, wat niet echt overeenkomt met mijn ontwerp. Ik ga toch een beetje fontuinkruid in het diepste deel in het zuiden zetten denk ik.


De lokale vijverboer raadt Brede Waterpest aan. Dit is een uitstekende en snel groeiende zuurstofplant die het in alle types water zeer goed doet. Deze komt er dus zeker in.
Aarvederkruid lijkt ook een ideale keuze voor mijn poel: deze heeft veel zon nodig, groeit snel en staat het liefst in het diepere gedeelte.
De Fijne Waterranonkel komt er ook zeker in, gewoon voor de bloemenpracht.

Blijkbaar stelt deze plant hoge eisen aan de waterkwaliteit maar niet geschoten is altijd mis. Om dezelfde reden ga ik de Waterviolier niet aanplanten, deze stelt blijkbaar extreem strenge eisen om ooit aan bloeien toe te komen.

Nu nog de niet-zuurstofplanten kiezen en we zijn er. Dan is het enkel nog een kwestie van een gat in de grond te graven en er wat rubber in te zwieren (bij wijze van spreken). Hoe moeilijk kan het zijn?

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen