Eerdere berichtte ik al mijn bezorgdheid over de nieuwe sleedoorn aanplant in de gemengde haag. En het lijkt erop dat die niet ongegrond was. Ik ben zonet nog onder een stralend lentezonnetje op inspectieronde geweest en slechts 1 sleedoorn stond volledig onder de nieuwe knoppen en 1 gedeeltelijk. Dat belooft niet veel goeds... Het lijkt erop dat ze ten prooi zijn gevallen aan de meedogenloze kempische bodem.
Ook de twee vlierplanten geven nog steeds geen teken van leven. :(
donderdag 25 maart 2010
woensdag 17 maart 2010
Lente in volle glorie
De laatste tijd viel hier nog niet zoveel te beleven, behalve dan een overgebleven hazelaar verstopt in een hoekje van de tuin die toch al enige tijd onopgemerkt paars aan het bloeien was. Maar nu de temperaturen omhoog beginnen te schieten schakelen ook de andere plantjes een versnelling hoger.
De eerste meidoorn is al blaadjes aan het botten. Vreemd is dat alle andere meidoorns zelfs nog geen groene knopjes vertonen. Zou het er iets mee te maken hebben dat het bottende plantje het kleinste is (de helft kleiner dan de rest) wat aangeplant is en zich wil tonen tussen al die andere grote loebassen?
De ontluikende bladeren aan de lijsterbessen groeien nu ook als kolen. De vorm van het blad is nu al duidelijk herkenbaar.
De eerste meidoorn is al blaadjes aan het botten. Vreemd is dat alle andere meidoorns zelfs nog geen groene knopjes vertonen. Zou het er iets mee te maken hebben dat het bottende plantje het kleinste is (de helft kleiner dan de rest) wat aangeplant is en zich wil tonen tussen al die andere grote loebassen?
vrijdag 5 maart 2010
Vijverplannen
Omdat de laatste winterstuiptrekking buiten werken zeer onaangenaam maakt heb ik vandaag maar mijn plannetje voor de vijver uitgetekend. Ik heb de laatste dagen alle boeken over vijvers van de boekerij uitgepluisd en zeer veel opgezocht op het internet.
Volgende knopen moesten doorgehakt worden:
* Hoe groot maak ik de vijver?
Alle bronnen die ik raadpleegde zeggen zo groot mogelijk, eenmaal aangeplant lijkt de vijver immers al kleiner omwille van de planten in de ondiepe zones. Maar voor vijvers groter dan 30 m² heb je een vergunning nodig. En de folder van Provincie Antwerpen spreekt over een minimaal oppervlak van 10 m² en ideaal 25 m² om diverse soorten amfibieën te kunnen aantrekken. Dus heb ik besloten een rechthoek van 6 op 5 meter af te bakenen en binnen die omtrek komt een ovaalachtige poel te liggen (strakke geometrische figuren zijn blijkbaar niet zo'n succes voor natuurlijke vijvers).
De optimale poel volgens het foldertje verspreid door de Provincie Antwerpen:
* Plateau's of geleidelijk aflopende oevers.
Geleidelijke oevers zijn het beste volgens de folder van de Provincie Antwerpen omdat dieren makkelijk in en uit de poel kunnen en planten zelf hun ideale diepte kunnen zoeken. Het nadeel is dat je al een behoorlijke breedte nodig hebt om een niet al te steile hellingsgraad te bekomen. Het voordeel van plateaus is dat je makkelijk manden kunt zetten en de poel beter onderhoudbaar is: planten blijven binnen hun zones, bezinksel zakt niet allemaal weg naar het diepste punt en je kan makkelijk over de plateaus stappen. Ik ga een tussenoplossing toepassen: plateaus maar aan de kanten komt een geleidelijk oplopend strandje zodat de amfibieën eruit kunnen en de vogels een badje kunnen komen nemen.
* Hoe deel je de dieptes in?
De folder van Provincie Antwerpen zegt dat het belangrijk is om de zuidwestelijke rand (daar schijnt de zon 's morgens) ondiep te houden zodat het water daar snel opwarmt, wat belangrijk is voor koudbloedigen. In het Grote Tuinvijverboek (Philip Swindells) staat dat water van 45cm diepte eigenlijk ideaal is voor het miniscule waterleven in de poel omdat op zo'n diepte er geen verschillende waterlagen gevormd worden. Het grootste deel van de vijver zal dus uit zo'n zone bestaan en grootste deel daarvan zal aan de noordkant liggen.
In het midden van de vijver wordt dan nog een zone van 90 cm en een zone van 60 cm toegevoegd vooral omdat overwinterende amfibieën die diepte nodig hebben en sommige van de belangrijkste zuurstofplanten het beste floreren op die diepte.
* Wat leg je op de bodem van de vijver.
Verschillende bronnen zeggen hier verschillende dingen. De Provincie Antwerpen raadt 10 cm vijvergrond aan (arm mengsel van klei en zand), Ada Hofman zegt niets toe te voegen omdat rottende planten en inwaaiend stof vanzelf een sliblaag zullen gaan vormen. Het Grote Tuinvijverboek spreekt dan weer van grind. De lokale vijverboer raadt mij het peperdure vijversubstraat aan omdat hier extra veel filterende bacteriën in zitten. Puur uit gierigheid ga ik mevr Hofman volgen denk ik. Op het internet is men niet zo enthousiast over vijvergrond, het is blijkbaar de beste manier om de eerste maanden met erwtensoep te zitten.
Bovendien lees ik in Het Grote Vijverboek dat rubberfolie (in tegenstelling tot PVC) een textuur heeft waar wieren en andere miniscule plantjes zich aan kunnen hechten zodat de sliblaag extra snel gevormd wordt en de folie snel uit het zicht verdwijnt. Dus ik denk dat het gewoon rubberfolie gaat worden.
* Welke zuurstofplanten te gebruiken.
Ada Hofman zweert bij Glanzend Fonteinkruid. Dit is een plant met een enorm zuurstofproducerend vermogen, geeft goede schuilplaatsen voor eieren en larven van amfibieën dus het lijkt een prima keuze.
Maar na enig verder onderzoek blijkt dat Glanzend Fontuinkruid volle zon niet zo goed verdraagt en vooral dat de plant stopt met fotosynthese als het water warmer wordt dan 24° C. En dan is de erwtensoep niet veraf. Het is dus een goede keuze voor diepe vijvers die altijd koel blijven, wat niet echt overeenkomt met mijn ontwerp. Ik ga toch een beetje fontuinkruid in het diepste deel in het zuiden zetten denk ik.
De lokale vijverboer raadt Brede Waterpest aan. Dit is een uitstekende en snel groeiende zuurstofplant die het in alle types water zeer goed doet. Deze komt er dus zeker in.
Aarvederkruid lijkt ook een ideale keuze voor mijn poel: deze heeft veel zon nodig, groeit snel en staat het liefst in het diepere gedeelte.
De Fijne Waterranonkel komt er ook zeker in, gewoon voor de bloemenpracht.
Blijkbaar stelt deze plant hoge eisen aan de waterkwaliteit maar niet geschoten is altijd mis. Om dezelfde reden ga ik de Waterviolier niet aanplanten, deze stelt blijkbaar extreem strenge eisen om ooit aan bloeien toe te komen.
Nu nog de niet-zuurstofplanten kiezen en we zijn er. Dan is het enkel nog een kwestie van een gat in de grond te graven en er wat rubber in te zwieren (bij wijze van spreken). Hoe moeilijk kan het zijn?
Volgende knopen moesten doorgehakt worden:
* Hoe groot maak ik de vijver?
Alle bronnen die ik raadpleegde zeggen zo groot mogelijk, eenmaal aangeplant lijkt de vijver immers al kleiner omwille van de planten in de ondiepe zones. Maar voor vijvers groter dan 30 m² heb je een vergunning nodig. En de folder van Provincie Antwerpen spreekt over een minimaal oppervlak van 10 m² en ideaal 25 m² om diverse soorten amfibieën te kunnen aantrekken. Dus heb ik besloten een rechthoek van 6 op 5 meter af te bakenen en binnen die omtrek komt een ovaalachtige poel te liggen (strakke geometrische figuren zijn blijkbaar niet zo'n succes voor natuurlijke vijvers).
De optimale poel volgens het foldertje verspreid door de Provincie Antwerpen:
* Plateau's of geleidelijk aflopende oevers.
Geleidelijke oevers zijn het beste volgens de folder van de Provincie Antwerpen omdat dieren makkelijk in en uit de poel kunnen en planten zelf hun ideale diepte kunnen zoeken. Het nadeel is dat je al een behoorlijke breedte nodig hebt om een niet al te steile hellingsgraad te bekomen. Het voordeel van plateaus is dat je makkelijk manden kunt zetten en de poel beter onderhoudbaar is: planten blijven binnen hun zones, bezinksel zakt niet allemaal weg naar het diepste punt en je kan makkelijk over de plateaus stappen. Ik ga een tussenoplossing toepassen: plateaus maar aan de kanten komt een geleidelijk oplopend strandje zodat de amfibieën eruit kunnen en de vogels een badje kunnen komen nemen.
* Hoe deel je de dieptes in?
De folder van Provincie Antwerpen zegt dat het belangrijk is om de zuidwestelijke rand (daar schijnt de zon 's morgens) ondiep te houden zodat het water daar snel opwarmt, wat belangrijk is voor koudbloedigen. In het Grote Tuinvijverboek (Philip Swindells) staat dat water van 45cm diepte eigenlijk ideaal is voor het miniscule waterleven in de poel omdat op zo'n diepte er geen verschillende waterlagen gevormd worden. Het grootste deel van de vijver zal dus uit zo'n zone bestaan en grootste deel daarvan zal aan de noordkant liggen.
In het midden van de vijver wordt dan nog een zone van 90 cm en een zone van 60 cm toegevoegd vooral omdat overwinterende amfibieën die diepte nodig hebben en sommige van de belangrijkste zuurstofplanten het beste floreren op die diepte.
* Wat leg je op de bodem van de vijver.
Verschillende bronnen zeggen hier verschillende dingen. De Provincie Antwerpen raadt 10 cm vijvergrond aan (arm mengsel van klei en zand), Ada Hofman zegt niets toe te voegen omdat rottende planten en inwaaiend stof vanzelf een sliblaag zullen gaan vormen. Het Grote Tuinvijverboek spreekt dan weer van grind. De lokale vijverboer raadt mij het peperdure vijversubstraat aan omdat hier extra veel filterende bacteriën in zitten. Puur uit gierigheid ga ik mevr Hofman volgen denk ik. Op het internet is men niet zo enthousiast over vijvergrond, het is blijkbaar de beste manier om de eerste maanden met erwtensoep te zitten.
Bovendien lees ik in Het Grote Vijverboek dat rubberfolie (in tegenstelling tot PVC) een textuur heeft waar wieren en andere miniscule plantjes zich aan kunnen hechten zodat de sliblaag extra snel gevormd wordt en de folie snel uit het zicht verdwijnt. Dus ik denk dat het gewoon rubberfolie gaat worden.
* Welke zuurstofplanten te gebruiken.
Ada Hofman zweert bij Glanzend Fonteinkruid. Dit is een plant met een enorm zuurstofproducerend vermogen, geeft goede schuilplaatsen voor eieren en larven van amfibieën dus het lijkt een prima keuze.
Maar na enig verder onderzoek blijkt dat Glanzend Fontuinkruid volle zon niet zo goed verdraagt en vooral dat de plant stopt met fotosynthese als het water warmer wordt dan 24° C. En dan is de erwtensoep niet veraf. Het is dus een goede keuze voor diepe vijvers die altijd koel blijven, wat niet echt overeenkomt met mijn ontwerp. Ik ga toch een beetje fontuinkruid in het diepste deel in het zuiden zetten denk ik.
De lokale vijverboer raadt Brede Waterpest aan. Dit is een uitstekende en snel groeiende zuurstofplant die het in alle types water zeer goed doet. Deze komt er dus zeker in.
Aarvederkruid lijkt ook een ideale keuze voor mijn poel: deze heeft veel zon nodig, groeit snel en staat het liefst in het diepere gedeelte.
De Fijne Waterranonkel komt er ook zeker in, gewoon voor de bloemenpracht.
Blijkbaar stelt deze plant hoge eisen aan de waterkwaliteit maar niet geschoten is altijd mis. Om dezelfde reden ga ik de Waterviolier niet aanplanten, deze stelt blijkbaar extreem strenge eisen om ooit aan bloeien toe te komen.
Nu nog de niet-zuurstofplanten kiezen en we zijn er. Dan is het enkel nog een kwestie van een gat in de grond te graven en er wat rubber in te zwieren (bij wijze van spreken). Hoe moeilijk kan het zijn?
dinsdag 2 maart 2010
Roots
Waarom die behoefte aan een "natuurtuin"?
Ik denk eigenlijk dat het veel met mijn jeugd te maken heeft. Mijn ouders woonden vroeger net achter de boerderij van mijn grootmoeder. Dat was een authentieke Kempische langgevelhoeve waar je vanuit de living rechtstreeks de varkensstal kon binnenlopen (alwaar het toilet was) en gebouwd voor de tijd dat men vond dat een badkamer een levensnoodzakelijk iets was.
Met dank aan http://www.houthalen-helchteren.be/ voor de foto:
Het leukste was echter het erf. Er was een grote weide waar eerst schapen en later het jaarlijkse kerstdiner in rondscharrelde. Er was een boomgaard met hazelaars, een notelaar, perenbomen, appelbomen, pruimenbomen, kriekenbomen en een gigantische kersenboom, een grote moestuin, enkele hagen en een houtkant maar vooral, mijn favoriete gedeelte, een prachtig hooilandje. Het hooilandje werd gebruikt om de konijnen (mijn vader was toen nog een zeer bekende konijnenkweker) van hooi te voorzien, werd tweemaal per jaar met de zeis gemaaid, en stond vol met allerhande bloemen en kruiden die massa's insecten aantrokken. Dit alles trok dan weer horden kleine vogels en knaagdieren aan wat dan weer grotere gasten zoals de sperwer, torenvalk, wezels en uilen aantrok. Ik ben in mijn jeugdjaren dan ook veel bezig geweest met het vangen, bestuderen en beloeren van allerhande beestjes. Echt een superplek om als kind in op te groeien.
Vooral de uitbundigheid van het hooiland is me bijgebleven. Dus toen we ons huis kochten met een behoorlijke tuin erbij speelde ik met het idee om hier ook zo'n hooilandje aan te leggen ben ik eens beginnen googelen en zo heb ik de uitstekende blogs van AnneTanne ( www.annetanne.be/kruidenklets ) en Bart ( http://eigenwijzetuin.be/ ) ondekt. En zo is het hier allemaal begonnen.
Maar ik heb ook slechte herinneringen aan de boerderij! Er was namelijk ook onvervalste dwangarbeid aan verbonden. Omdat ons gezin (en dan vooral mijn vader) instond voor het onderhoud van de moestuin en er bepaalde piekperioden waren (planten en oogsten) moest de enige zoon des huizes (ikke dus) meehelpen. En dat vond ik niet bepaald leuk. Ik had vooral een rothekel aan de aardappeloogst en die was omvangrijk, wij voorzagen zo'n achttal gezinnen van een jaarvoorraad piepers. Zo'n hele dag gebogen met je handen in de grond staan wroeten en af en toe een spijsrotte aardappel tussen je vingers tot moes verwerken is echt niks voor mij. Daarom dus ook dat er hier voor het eerst geen moestuin komt!
Maar de slechtste herinneringen heb ik aan het rooien van al de bomen die op het erf stonden. Nadat mijn grootmoeder was overleden was werd de boerderij afgebroken en het erf ontruimd want de grond werd verkaveld en verkocht, het was nu eenmaal bouwgrond en dus heel veel geld waard. Ik had het gevoel dat ik mijn kindertijd door de hakselaar haalde. Echt jammer dat het allemaal weg is en vervangen is en gaat worden door keurige nieuwbouwwoningen met gemillimeterde gazon.
Nu ja, ik hoop dat ik hier een nieuwe start kan maken en mijn kinderen toch een beetje dezelfde ervaringen en verwondering over de natuur kan geven als diegene die ik vroeger heb gehad. Geen zaliger gevoel dan op je buik tussen het gras en de bloemen liggen kijken naar een of ander veelkleurig insect dat je nog nooit eerder hebt gezien.
Ik denk eigenlijk dat het veel met mijn jeugd te maken heeft. Mijn ouders woonden vroeger net achter de boerderij van mijn grootmoeder. Dat was een authentieke Kempische langgevelhoeve waar je vanuit de living rechtstreeks de varkensstal kon binnenlopen (alwaar het toilet was) en gebouwd voor de tijd dat men vond dat een badkamer een levensnoodzakelijk iets was.
Met dank aan http://www.houthalen-helchteren.be/ voor de foto:
Het leukste was echter het erf. Er was een grote weide waar eerst schapen en later het jaarlijkse kerstdiner in rondscharrelde. Er was een boomgaard met hazelaars, een notelaar, perenbomen, appelbomen, pruimenbomen, kriekenbomen en een gigantische kersenboom, een grote moestuin, enkele hagen en een houtkant maar vooral, mijn favoriete gedeelte, een prachtig hooilandje. Het hooilandje werd gebruikt om de konijnen (mijn vader was toen nog een zeer bekende konijnenkweker) van hooi te voorzien, werd tweemaal per jaar met de zeis gemaaid, en stond vol met allerhande bloemen en kruiden die massa's insecten aantrokken. Dit alles trok dan weer horden kleine vogels en knaagdieren aan wat dan weer grotere gasten zoals de sperwer, torenvalk, wezels en uilen aantrok. Ik ben in mijn jeugdjaren dan ook veel bezig geweest met het vangen, bestuderen en beloeren van allerhande beestjes. Echt een superplek om als kind in op te groeien.
Vooral de uitbundigheid van het hooiland is me bijgebleven. Dus toen we ons huis kochten met een behoorlijke tuin erbij speelde ik met het idee om hier ook zo'n hooilandje aan te leggen ben ik eens beginnen googelen en zo heb ik de uitstekende blogs van AnneTanne ( www.annetanne.be/kruidenklets ) en Bart ( http://eigenwijzetuin.be/ ) ondekt. En zo is het hier allemaal begonnen.
Maar ik heb ook slechte herinneringen aan de boerderij! Er was namelijk ook onvervalste dwangarbeid aan verbonden. Omdat ons gezin (en dan vooral mijn vader) instond voor het onderhoud van de moestuin en er bepaalde piekperioden waren (planten en oogsten) moest de enige zoon des huizes (ikke dus) meehelpen. En dat vond ik niet bepaald leuk. Ik had vooral een rothekel aan de aardappeloogst en die was omvangrijk, wij voorzagen zo'n achttal gezinnen van een jaarvoorraad piepers. Zo'n hele dag gebogen met je handen in de grond staan wroeten en af en toe een spijsrotte aardappel tussen je vingers tot moes verwerken is echt niks voor mij. Daarom dus ook dat er hier voor het eerst geen moestuin komt!
Maar de slechtste herinneringen heb ik aan het rooien van al de bomen die op het erf stonden. Nadat mijn grootmoeder was overleden was werd de boerderij afgebroken en het erf ontruimd want de grond werd verkaveld en verkocht, het was nu eenmaal bouwgrond en dus heel veel geld waard. Ik had het gevoel dat ik mijn kindertijd door de hakselaar haalde. Echt jammer dat het allemaal weg is en vervangen is en gaat worden door keurige nieuwbouwwoningen met gemillimeterde gazon.
Nu ja, ik hoop dat ik hier een nieuwe start kan maken en mijn kinderen toch een beetje dezelfde ervaringen en verwondering over de natuur kan geven als diegene die ik vroeger heb gehad. Geen zaliger gevoel dan op je buik tussen het gras en de bloemen liggen kijken naar een of ander veelkleurig insect dat je nog nooit eerder hebt gezien.
maandag 22 februari 2010
de miserie is voorbij
De lente zit er stilaan aan te komen en het begint terug te kriebelen. Wat heb ik toch een hekel aan de winter, en zeker aan deze winter met al die vreselijke sneeuw en ijs.
De sneeuw lijkt tot de volgende winter verbannen maar de tuin ligt er nu nog steeds zeer troosteloos bij. Het blijft een beetje afwachten of de gemengde haag en de bessenstruiken die ik vorig jaar geplant heb gaan aanslaan. Enkel de Lijsterbes geeft een duidelijk teken van leven met al enkele groene aanzetjes tot blad. De Vlier begint ook al groene knoppen te vertonen. Ik heb vooral schrik dat de Sleedoorn het niet gaat trekken. Volgens de literatuur gaat die het zeer lastig krijgen op onze zanderige grond. Volgens mijn oom daarentegen, die op de groendienst werkt, doet Sleedoorn het in de praktijk overal prima op zandgrond. Ik heb mezelf al voorgenomen dat moest het toch niet lukken de Sleedoorn vervangen zal worden door Spork. Ik zou Spork willen aanplanten voor de naam alleen, ik moet spontaan aan een verafgelegen planeet bewoond door kleine groene mannetjes denken.
In de bloemenweide beweegt er ondertussen duidelijk wel een en ander. Verschillende groene scheutjes beginnen zich een weg naar boven te werken. Ik ben zeer benieuwd naar de eerste bloeiers.
Mijn schouder is net op tijd genoeg hersteld om de eerste lichte klusjes in de tuin te doen. Te beginnen door een laag gazonmulch rond de nieuwe aanplant aan te brengen. De mulch is maaisel van vorig jaar dat ik op rietstengels had gestapeld. Het is niet mooi gecomposteerd (ik vermoed dat de biomassa te eenzijdig daarvoor was) maar aangezien ik wormen in de hoop terugvond denk ik wel dat het bruikbaar is.
Verder heeft dit kleine (maar allicht toch de toppredator voor nog vele jaren in onze tuin) mormel:
mij genoopt het beplantingsschema iets aan te passen. Je kan namelijk niet geloven hoeveel mest een gemiddeld klein, wit hondje per week produceert. Omdat een groententuin nog niet in het verschiet ligt en ik die biomassa toch nuttig wil gebruiken ga ik idpv een beukenhaag aalbessen rond de geplande mesthoop aanplanten.
Verder beginnen de plannen voor de vijver stilletjesaan te materialiseren. Ik heb alle boeken van de boekerij omtrent dat onderwerp reeds uitgeplozen en ook al eens mijn licht opgestoken bij de lokale vijverboer. Jammer genoeg waren de voorbeeldvijvers allemaal strakke ontwerpen met natuurstenen oevers. Ik zou eens graag ergens wat meer "natuurlijke" aangelegde vijvertjes als inspiratie willen zien.
Ik heb ook nog steeds niet echt een antwoord op de vraag hoe ik de dieptes in de vijver moet indelen. Een diepere vijver heeft meer watermassa dus een stabielere temperatuur. En dat is goed. Maar hij zal in het voorjaar ook trager opwarmen. En dat is dan weer slecht. Hoeveel diepe stukken tov ondiepe heb je dan nodig? Raar dat dit in geen enkel boek beschreven staat en dat zelfs de "vijverkenner" niet echt een antwoord kon geven behalve dan: "Dit hangt van het aantal vissen af." Waar ik dan op antwoordde: 0. Alwaar vervolgens enkel een vreemde blik op volgde.
Nu ja, we hebben nog tijd tot eind april om een en ander daaromtrent uit te pluizen, want daarvoor zijn er toch nog geen zuurstofplanten beschikbaar.
De sneeuw lijkt tot de volgende winter verbannen maar de tuin ligt er nu nog steeds zeer troosteloos bij. Het blijft een beetje afwachten of de gemengde haag en de bessenstruiken die ik vorig jaar geplant heb gaan aanslaan. Enkel de Lijsterbes geeft een duidelijk teken van leven met al enkele groene aanzetjes tot blad. De Vlier begint ook al groene knoppen te vertonen. Ik heb vooral schrik dat de Sleedoorn het niet gaat trekken. Volgens de literatuur gaat die het zeer lastig krijgen op onze zanderige grond. Volgens mijn oom daarentegen, die op de groendienst werkt, doet Sleedoorn het in de praktijk overal prima op zandgrond. Ik heb mezelf al voorgenomen dat moest het toch niet lukken de Sleedoorn vervangen zal worden door Spork. Ik zou Spork willen aanplanten voor de naam alleen, ik moet spontaan aan een verafgelegen planeet bewoond door kleine groene mannetjes denken.
In de bloemenweide beweegt er ondertussen duidelijk wel een en ander. Verschillende groene scheutjes beginnen zich een weg naar boven te werken. Ik ben zeer benieuwd naar de eerste bloeiers.
Mijn schouder is net op tijd genoeg hersteld om de eerste lichte klusjes in de tuin te doen. Te beginnen door een laag gazonmulch rond de nieuwe aanplant aan te brengen. De mulch is maaisel van vorig jaar dat ik op rietstengels had gestapeld. Het is niet mooi gecomposteerd (ik vermoed dat de biomassa te eenzijdig daarvoor was) maar aangezien ik wormen in de hoop terugvond denk ik wel dat het bruikbaar is.
Verder heeft dit kleine (maar allicht toch de toppredator voor nog vele jaren in onze tuin) mormel:
Verder beginnen de plannen voor de vijver stilletjesaan te materialiseren. Ik heb alle boeken van de boekerij omtrent dat onderwerp reeds uitgeplozen en ook al eens mijn licht opgestoken bij de lokale vijverboer. Jammer genoeg waren de voorbeeldvijvers allemaal strakke ontwerpen met natuurstenen oevers. Ik zou eens graag ergens wat meer "natuurlijke" aangelegde vijvertjes als inspiratie willen zien.
Ik heb ook nog steeds niet echt een antwoord op de vraag hoe ik de dieptes in de vijver moet indelen. Een diepere vijver heeft meer watermassa dus een stabielere temperatuur. En dat is goed. Maar hij zal in het voorjaar ook trager opwarmen. En dat is dan weer slecht. Hoeveel diepe stukken tov ondiepe heb je dan nodig? Raar dat dit in geen enkel boek beschreven staat en dat zelfs de "vijverkenner" niet echt een antwoord kon geven behalve dan: "Dit hangt van het aantal vissen af." Waar ik dan op antwoordde: 0. Alwaar vervolgens enkel een vreemde blik op volgde.
Nu ja, we hebben nog tijd tot eind april om een en ander daaromtrent uit te pluizen, want daarvoor zijn er toch nog geen zuurstofplanten beschikbaar.
woensdag 20 januari 2010
Winterslaap
Jammer genoeg is deze winter alles niet op rolletjes gelopen hier in dit kleine stukje kempen. Onze eerste zoon werd geboren met nogal vervelende complicaties en ikzelf werd gediagnoseerd met een gescheurde pees in de schouder. Dit heeft ook gevolgen voor de nabije toekomst want na een zware operatie kan ik nog zeker anderhalve maand de schop niet hanteren.
Voor alle problemen begonnen hebben we gelukkig toch nog de haag kunnen planten.
De sleuf bleek veel en veel te groot, maar zo hebben we dan toch een hoop compost in de arme grond (veel zavel) gekregen.
De eerstvolgende opdrachten eenmaal mijn schouder een beetje genezen is zijn:
* mulchlaag aanbrengen rond de aanplanting, want de eerste groene sprietjes laten zich al zien.
* eerste snoei na aanplant om de groei te bevorderen.
Hopelijk kan ik dat begin maart afronden. Tot dan zal deze blog, net als mezelf nog even moeten rusten.
Voor alle problemen begonnen hebben we gelukkig toch nog de haag kunnen planten.
De sleuf bleek veel en veel te groot, maar zo hebben we dan toch een hoop compost in de arme grond (veel zavel) gekregen.
De eerstvolgende opdrachten eenmaal mijn schouder een beetje genezen is zijn:
* mulchlaag aanbrengen rond de aanplanting, want de eerste groene sprietjes laten zich al zien.
* eerste snoei na aanplant om de groei te bevorderen.
Hopelijk kan ik dat begin maart afronden. Tot dan zal deze blog, net als mezelf nog even moeten rusten.
donderdag 12 november 2009
Graafwerken
Wat doet een mens op 11 november om de wapenstilstand van 1918 te herdenken? Een loopgraaf graven natuurlijk! Allez, om een haag in te planten toch. Ik heb vele boeken doorploegd maar de theorie over het graven van de edele plantsleuf is overal nogal onduidelijk. En ingenieur zijnde heb ik natuurlijk keiharde cijfers nodig voordat ik ook maar aan iets begin.
Vragen zoals:
Morgen de compost bestellen, overmorgen de sleuf aan de andere kant uitgraven en dan kan volgende week het plantgoed komen.
Vragen zoals:
- hoeveel compost heb ik nodig?
- hoe diep maak je zo'n sleuf?
- hoe breed moet zo'n sleuf zijn?
- genoeg
- zo diep als de wortels lang zijn
- zo breed als de wortels breed zijn
- een derde van het volume in de sleuf, goed mengen met de aarde. Zeker niet onvermengd toevoegen omdat dat de wortels kan verbranden.
- 45 cm
- 60 cm
Morgen de compost bestellen, overmorgen de sleuf aan de andere kant uitgraven en dan kan volgende week het plantgoed komen.
Abonneren op:
Posts (Atom)


